BELASTINGPLAN 2012 PDF

Heeft u nog vragen stuur dan een e-mail of ga naar onze contact pagina. Afschaffen van diverse kleine belastingen Het totaal aantal belastingen wordt teruggebracht van 22 naar Per 1 januari zullen de afvalstoffenbelasting en de grondwaterbelasting worden afgeschaft. Per 1 januari zullen worden afgeschaft: de belasting op pruim- en snuiftabak, de belasting op alcoholvrije dranken, de belasting op leidingwater, de verpakkingenbelasting en het Eurovignet. Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari worden binnen de vennootschapsbelasting Vpb de volgende maatregelen ingevoerd: a. Beperking aftrek excessieve rente overnameholding Er komt een renteaftrekbeperking voor overnameholdings die met groeps- of bankleningen een onderneming overnemen en daarmee vervolgens een fiscale eenheid f.

Author:Nikozil Febei
Country:Mali
Language:English (Spanish)
Genre:Automotive
Published (Last):16 November 2008
Pages:108
PDF File Size:4.45 Mb
ePub File Size:1.10 Mb
ISBN:476-9-88487-546-4
Downloads:62205
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Medal



Het gaat om een beperking van de excessieve renteaftrek door overnameholdings en de introductie van een objectvrijstelling voor vaste inrichtingen. Met deze maatregelen wordt een tweetal onevenwichtigheden in de vennootschapsbelasting aangepakt. De renteaftrekbeperking voor overnameholdings gaat de excessieve renteaftrek na overnames van Nederlandse ondernemingen tegen. Hierdoor wordt de onevenredige financiering van bedrijven met vreemd vermogen ontmoedigd.

De schuldenlast van het Nederlandse bedrijfsleven zal hierdoor dalen. Bij de vormgeving van de maatregel is rekening gehouden met het belang van bestendige wetgeving voor het vestigingsklimaat. Daarom kent deze renteaftrekbeperking een eerbiedigende werking voor bestaande situaties.

Hierdoor worden bedrijven niet geraakt voor overnameschulden die in het verleden zijn aangegaan. Dergelijke overnames, zoals we die in het verleden hebben gezien, zullen echter in de toekomst niet meer ten laste van de schatkist kunnen worden gedaan. Een objectvrijstelling voor vaste inrichtingen neemt het timingvoordeel van tijdelijke verliesimport weg dat thans bestaat als in het buitenland wordt geopereerd via een vaste inrichting in plaats van via een dochtervennootschap.

Met deze maatregel wordt dan ook een vanuit fiscaal oogpunt evenwichtiger behandeling van vaste inrichtingen en deelnemingen bereikt. De opbrengst van beide maatregelen zal worden aangewend voor de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting.

Na wordt deze opbrengst ingezet om, zoals hiervoor al uiteengezet, enkele kleine belastingen af te schaffen. Naast de hiervoor genoemde maatregelen bevat dit wetsvoorstel twee andere wijzigingen in de sfeer van de vennootschapsbelasting. In verband met het Europese recht vindt een aanpassing plaats van de buitenlandse belastingplicht van stichtingen en verenigingen en de buitenlandse aanmerkelijkbelangregeling.

Hierop wordt aan het slot van dit hoofdstuk ingegaan. Renteaftrekbeperking overnameholding In dit wetsvoorstel zijn maatregelen opgenomen tegen overnameholdingconstructies. Dat is een constructie waarbij bijvoorbeeld een buitenlandse groep een Nederlandse bv overneemt en daarna verkoopt aan een door de groep opgerichte Nederlandse overnameholding die de koopsom schuldig blijft.

Daarna wordt een fiscale eenheid gevormd tussen de overnameholding en de bv. De door de overnameholding betaalde rente over de schuldig gebleven koopsom kan dan binnen de fiscale eenheid worden verrekend met de winst van de bv. Daarmee verdwijnt de winst van de bv grotendeels uit de Nederlandse heffingsgrondslag. Hetzelfde effect kan worden bereikt met een juridische splitsing of juridische fusie.

De in dit wetsvoorstel opgenomen bepalingen zorgen ervoor dat de rente over de overnameschuld niet de facto onbeperkt in aftrek kan komen op de winst van de overgenomen bv. Ook blijft de aftrek in stand voor zover na de overname sprake is van een gezonde financiering. Inmiddels is echter gebleken dat een specifieke maatregel tegen overnameholdingconstructies toch niet gemist kan worden.

De in dit wetsvoorstel opgenomen bepalingen voorzien daarin. Objectvrijstelling vaste inrichting Op dit moment kunnen internationaal opererende ondernemingen de verliezen van hun buitenlandse vaste inrichtingen 17 verrekenen met hun Nederlandse winst in het jaar waarin het verlies wordt geleden. Negatieve ontwikkelingen in het buitenland raken hierdoor direct de Nederlandse belastingopbrengst.

Als de vaste inrichting in latere jaren weer winst behaalt, wordt deze verliesverrekening als het ware teruggenomen. Het terugnemen van verliezen kan echter, bijvoorbeeld door het omzetten van een vaste inrichting in een dochter, voor onbepaalde tijd worden uitgesteld. Bij buitenlandse deelnemingen komen verliezen niet direct in mindering op de Nederlandse winst.

Pas bij liquidatie kan een resterend liquidatieverlies in aanmerking worden genomen. Door invoering van een objectvrijstelling wordt de fiscale behandeling van buitenlandse vaste inrichtingen meer gelijkgetrokken met de behandeling van deelnemingen. Gekozen is om de gehele regeling op te nemen in de Wet op de vennootschapsbelasting Wet Vpb Dit heeft tot gevolg dat het gedeelte van het Besluit voorkoming dubbele belasting Bvdb dat betrekking heeft op de vennootschapsbelasting grotendeels kan vervallen, evenals de regeling in de Wet Vpb die ziet op de omzetting van een vaste inrichting in een deelneming.

Het is hierbij niet relevant of de voordelen in het land van de vaste inrichting in de belastingheffing worden betrokken. De onderworpenheidseis voor de voorkoming van dubbele belasting met betrekking tot winsten van actieve vaste inrichtingen komt te vervallen.

Mede in verband met het Europese recht worden verliezen van buitenlandse vaste inrichtingen die definitief zijn bij staking van de activiteiten of overdracht ervan aan een derde wel in aftrek toegelaten.

Net als bij de deelnemingsvrijstelling zal een regeling gelden om constructies via laagbelastende landen tegen te gaan. Dit om te voorkomen dat de voordelen uit mobiel kapitaal dat in laagbelastende landen is ondergebracht, via de Nederlandse objectvrijstelling belastingvrij worden genoten.

De regeling houdt in dat voor voordelen uit zogenoemde passieve vaste inrichtingen in laagbelastende landen de objectvrijstelling niet geldt. In plaats daarvan wordt voor positieve voordelen verrekening gegeven. Negatieve voordelen worden beperkt in aanmerking genomen.

Deze systematiek sluit aan op die van de deelnemingsverrekening. Een soortgelijke uitzondering is op dit moment opgenomen in het Bvdb en in de meest recent afgesloten belastingverdragen. Een Belgische belastingplichtige met een vaste inrichting in Nederland kan de verliezen uit die vaste inrichting ten laste van zijn Belgische belastinggrondslag brengen zolang hij aannemelijk kan maken dat dit verlies niet in Nederland met winst is verrekend.

Duitsland stelt in relatie met verdragslanden, waaronder uiteraard Nederland, zowel winsten als verliezen van een vaste inrichting vrij. Dat komt dus overeen met het voorgestelde systeem, inclusief de Europeesrechtelijk noodzakelijke uitzonderingen. Dat betekent dat Nederlandse bedrijven met een vaste inrichting in Duitsland op dit punt niet op achterstand komen te staan ten opzichte van vergelijkbare Duitse bedrijven met een vaste inrichting in Nederland.

Buitenlandse belastingplicht stichtingen en verenigingen In het buitenland gevestigde lichamen zijn in Nederland belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting voor zover zij Nederlands inkomen genieten. Deze buitenlandse belastingplicht wordt voor bepaalde buitenlandse lichamen aangepast. De aanpassing betreft in het buitenland gevestigde lichamen die naar buitenlands recht zijn opgericht en vergelijkbaar zijn met naar Nederlands recht opgerichte verenigingen of stichtingen of die een kerkgenootschap zijn.

Deze buitenlandse lichamen worden door de wetswijziging voortaan slechts in de vennootschapsbelasting betrokken voor zover zij een onderneming drijven. Daarmee wordt de buitenlandse belastingplicht van deze lichamen in lijn gebracht met de beperkte belastingplicht voor Nederlandse verenigingen, Nederlandse stichtingen en kerkgenootschappen.

De Europese Commissie heeft in een met redenen omkleed advies verzocht om deze aanpassing. De aanpassing betreft grotendeels codificatie van bestaand beleid. Buitenlandse aanmerkelijkbelangregeling Een in het buitenland gevestigd lichaam dat een aanmerkelijk belang heeft in een Nederlandse vennootschap wordt in bepaalde gevallen voor de dividenden uit en de vervreemdingsvoordelen op de aandelen in die vennootschap in de vennootschapsbelastingheffing betrokken buitenlandse AB-regeling.

Deze heffing geldt alleen indien het aanmerkelijk belang niet behoort tot het ondernemingsvermogen van het in het buitenland gevestigde lichaam. Over de verenigbaarheid van de buitenlandse AB-regeling met het EU-recht zijn vragen gerezen omdat in puur Nederlandse verhoudingen veelal niet wordt geheven, bijvoorbeeld omdat de deelnemingsvrijstelling kan worden toegepast.

Tijdens de behandeling van de Wet werken aan winst is reeds het voornemen geuit de buitenlandse AB-regeling op dit punt aan te passen. Het geheel afschaffen van de buitenlandse AB-regeling, zoals wel wordt bepleit, acht het kabinet niet wenselijk.

Hoewel de regeling de facto slechts in zeer beperkte mate wordt toegepast, vervult deze in de praktijk een belangrijke rol bij het tegengaan van kunstmatige constructies met als doel de heffing van inkomsten- of dividendbelasting te ontgaan.

Daarom wordt voorgesteld om dit anti-ontgaanskarakter meer expliciet in de tekst van de regeling tot uitdrukking te brengen. Het treffen van gerichte anti-misbruikbepalingen is EU-rechtelijk toegestaan. Daartoe wordt aan de buitenlandse AB-regeling als additionele voorwaarde toegevoegd dat het aanmerkelijk belang door het buitenlandse lichaam moet worden gehouden met als voornaamste doel of een van de voornaamste doelen het ontgaan van Nederlandse inkomsten- of dividendbelasting bij een ander.

Met betrekking tot die ander kan worden gedacht aan een of meer van de directe of indirecte aandeelhouders van het in het buitenland gevestigde lichaam. De voorwaarde dat het aanmerkelijk belang niet tot het ondernemingsvermogen van dat in het buitenland gevestigde lichaam behoort, blijft hierbij gehandhaafd.

Voor de situatie waarin het aanmerkelijk belang tot het ondernemingsvermogen van het buitenlandse lichaam behoort, wijzigt er dus niets. Met de voorgestelde gerichtere toepassing van de buitenlandse AB-regeling zijn dan ook geen wijzigingen beoogd ten opzichte van de huidige uitvoeringspraktijk.

Aldus wordt ook in deze situatie meer aansluiting bereikt tussen de heffing van vennootschapsbelasting en de belasting die wordt ontgaan. Daarnaast wordt een flankerende maatregel in de Wet op de dividendbelasting Wet DB voorgesteld. Als algemene regel blijft dit zo.

Alleen voor ontgaansstructuren wordt een uitzondering gemaakt. Overeenkomstig de buitenlandse AB-regeling wordt de inhoudingsplicht in beginsel beperkt tot uitdelingen aan leden waarbij het lidmaatschapsrecht niet tot een ondernemingsvermogen behoort. Om in de geschetste situaties effectief van de leden dividendbelasting te kunnen heffen, wordt ter zake de inhoudingsvrijstelling uitgesloten. In dat kader past het ook om in die situaties bij de leden de ingehouden dividendbelasting uit te zonderen als verrekenbare voorheffing in de Wet Vpb , tenzij het dividend bij het desbetreffende lid deel uitmaakt van zijn Nederlandse inkomen.

Bestedingsreserve De herbestedingsreserve voor lichamen met een algemeen maatschappelijk of sociaal belang op de voorgrond, stamt uit Achtergrond van deze bepaling is te voorkomen dat professionele culturele instellingen zoals toneelgezelschappen, orkesten en musea en andere stichtingen of verenigingen waarbij een algemeen maatschappelijk of sociaal belang op de voorgrond staat, zoals scouting, dorpshuizen, amateur sportverenigingen en toneelverenigingen, ongewild tegen belastingheffing op zouden lopen.

Dit zou zich kunnen voordoen wanneer zij overschotten in het ene jaar behalen, terwijl die geoormerkt zijn voor specifieke investeringen in een volgend jaar. Hierbij kan gedacht worden aan de aanschaf van nieuwe instrumenten, een aanbouw, een tentoonstelling of een toernooi. In de praktijk wordt door genoemde doelgroepen niet veel gebruikgemaakt van de herbestedingsreserve. De faciliteit wordt in de praktijk wel gebruikt door instellingen in de kinderopvang.

Met de in dit wetsvoorstel opgenomen wijzigingen wordt de herbestedingsreserve meer toegespitst op de doelgroepen waarvoor deze is bedoeld.

Dit gebeurt door duidelijker te omschrijven welke organisaties en instellingen de regeling kunnen toepassen. Gevolg hiervan is dat onder andere de kinderopvang niet langer van de faciliteit gebruik kan maken. Daarnaast wordt de toepassing van de regeling aantrekkelijker gemaakt voor uitgaven die een langere investerings- of voorbereidingstijd hebben, door de termijn van reserveren te verruimen van drie naar vijf jaar. Als gevolg van bezuinigingen zullen met name culturele instellingen de komende jaren steeds meer in eigen middelen moeten gaan voorzien.

Deze instellingen zullen gerealiseerde winsten aan de reserve kunnen doteren mits aan alle voorwaarden wordt voldaan. Dit leidt feitelijk tot uitstel van belastingheffing. Ingeval de reserve conform de aan de bestedingsreserve gestelde voorwaarden wordt aangewend leidt dit mogelijk tot afstel van belastingheffing.

Voorts wordt de term herbestedingsreserve veranderd in bestedingsreserve omdat deze juist is bedoeld voor nieuwe investeringen. De bestedingsreserve is bedoeld voor projecten en bedrijfsmiddelen die binnen de onderneming worden aangewend. Hieronder vallen niet aan derden ter beschikking gestelde onroerende zaken.

Bovendien is innovatie van grote betekenis voor de arbeidsproductiviteit en welvaart. Het kabinet wil al in een eerste betekenisvolle stap zetten met de RDA. De RDA wordt structureel gefinancierd uit het omzetten van specifieke subsidies, met name voor innovatie. Daarnaast is binnen het totale lastenbeeld ruimte gevonden om de RDA versneld op te bouwen. Het kabinet geeft hiermee uitvoering aan de in het Regeerakkoord aangekondigde verschuiving van specifiek naar generiek beleid.

Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de budgettaire aspecten, de uitvoerbaarheid en de effectiviteit.

CAPRICE OP 7 #20 LUIGI LEIGNIANI PDF

Belastingplan 2012 – Prinsjesdag 2011

Arashill In onderstaand bepastingplan wij deze regeling en de voorgenomen wijzigingen uitvoerig uiteen. As the interest of being granted the ruling can be very high, it is worthwhile to invest sufficient time to assess the exact situation of the employee compared to the applicable legal requirements. Belasttingplan tax revenues, Indicator 20 May However there may be an option for you to swap part of the current tax free reimbursement, under the ruling, for gross taxable salary. The most recent version can be viewed here. Home Topics Updates News Search. As to the premiums this benefit follows from belasttingplan fact that premium can be calculated on a time related basis. With the new belzstingplan, my eligibility shall be checked for next year.

GARBOLOGY EDWARD HUMES PDF

BELASTINGPLAN 2012 PDF

Het gaat om een beperking van de excessieve renteaftrek door overnameholdings en de introductie van een objectvrijstelling voor vaste inrichtingen. Met deze maatregelen wordt een tweetal onevenwichtigheden in de vennootschapsbelasting aangepakt. De renteaftrekbeperking voor overnameholdings gaat de excessieve renteaftrek na overnames van Nederlandse ondernemingen tegen. Hierdoor wordt de onevenredige financiering van bedrijven met vreemd vermogen ontmoedigd. De schuldenlast van het Nederlandse bedrijfsleven zal hierdoor dalen. Bij de vormgeving van de maatregel is rekening gehouden met het belang van bestendige wetgeving voor het vestigingsklimaat. Daarom kent deze renteaftrekbeperking een eerbiedigende werking voor bestaande situaties.

EC1451 MOBILE AND WIRELESS COMMUNICATION PDF

Belastingplan 2012

Bashura Please note as of the year it will most likely not be possible any more to use the stamrecht facilities, please see our recent article: The revenues from the BPM were less in than inmainly due to the increase in the popularity of vehicles exempt from BPM. In the following article we in depth explain this ruling and the proposed changes therein. Het verlagen van de termijn naar acht jaar geldt alleen voor nieuwe aanvragen per 1 januari Home Topics Updates News Search. Green tax revenues, Indicator 12 september This was therefore the largest green tax income item. Of the total of green taxes 5.

Related Articles